Three horizons of innovation: wat het goed doet en wat het fout doet

Ton van der Linden
Share

Het Three Horizons framework is overal in directiekamers. Na het gebruik ervan bij 40+ industriele bedrijven kan ik je vertellen waar het werkt, waar het misleidt, en wat je moet gebruiken als je portfolio scherpere tools nodig heeft dan nette S-curves.

Het Three Horizons model, of drie-horizontenmodel, is waarschijnlijk het meest gebruikte portfolioframework in directiekamers. Oorspronkelijk gepubliceerd in The Alchemy of Growth door Baghai, Coley en White in 1999 en populair gemaakt door McKinsey, biedt het drie-horizontenmodel een simpele structuur: Horizon 1 is je kernbedrijf, Horizon 2 zijn je opkomende kansen, Horizon 3 zijn je toekomstige experimenten. Simpel. Helder. Past op een slide.

Die eenvoud is zowel de grootste kracht als de grootste zwakte. Na het gebruik van het Three Horizons framework bij 40+ industriele bedrijven gedurende 25+ jaar heb ik er een genuanceerd beeld van. Het is oprecht nuttig voor specifieke situaties. Het is actief misleidend in andere. En de meeste bedrijven gebruiken het in precies de verkeerde context.

Dit artikel geeft je mijn eerlijke praktijkbeoordeling: wat het model goed doet, waar het vastloopt, en wanneer je een ander instrument moet pakken.

Boek een strategiegesprek over je innovatieportfolio
Boek je Strategy Call

Wat het Three Horizons model werkelijk is

Voordat ik het framework beoordeel, wil ik er zeker van zijn dat we naar hetzelfde kijken.

Het McKinsey Three Horizons model organiseert je innovatieportfolio in drie categorieën op basis van tijd tot omzet:

Horizon 1: de kern. Je huidige businessmodellen die vandaag omzet genereren. De producten en diensten waarmee je ieders salaris betaalt. Optimalisatie, efficiencyverbeteringen, incrementele uitbreidingen. Tijdshorizon: nu tot 12 maanden.

Horizon 2: opkomende groei. Nieuwe kansen die tractie krijgen maar nog niet op volle schaal draaien. Dit kunnen nieuwe marktsegmenten zijn, nieuwe productlijnen, of nieuwe businessmodellen die vroege omzet laten zien. Tijdshorizon: 2-3 jaar tot significante omzet.

Horizon 3: toekomstige experimenten. Vroegefase-ideeën, experimenten, onderzoeksprojecten. Nog geen omzet, mogelijk nog geen product. Hoge onzekerheid, potentieel hoog rendement. Tijdshorizon: 5-10 jaar.

Het visueel is een set overlappende S-curves. Naarmate H1 uiteindelijk rijpt en afneemt, neemt H2 het over als de nieuwe kern, en rijpt H3 door naar H2. Het suggereert een continue pijplijn: je laat altijd de volgende horizon groeien terwijl je de huidige onderhoudt.

Op papier is dit elegant. In de praktijk wordt het ingewikkeld.

Wat het Three Horizons framework goed doet

Ik wil eerlijk zijn tegenover het framework voordat ik het bekritiseer. Er zijn echte situaties waarin Three Horizons zijn plek verdient.

Boardcommunicatie

Three Horizons spreekt de taal van besturen. Bestuurders denken in planningscycli, budgetallocaties en tijd tot rendement. Wanneer een innovatiedirecteur een bestuursvergadering binnenloopt en zegt “dit is wat nu omzet genereert, dit is wat we bouwen voor de komende drie jaar, dit is waarop we inzetten voor de lange termijn,” dan begrijpt het bestuur het direct. Geen training nodig. Geen nieuw vocabulaire om te leren.

Bij een chemisch bedrijf had de innovatiedirecteur moeite om bestuurssteun te krijgen voor langetermijn R&D-projecten. Het bestuur bleef vragen “wanneer verdient dit geld?” Hij bracht alles in kaart op Three Horizons en opeens verschoof het gesprek van “waarom geven we hier geld aan uit?” naar “hebben we genoeg in H3?” Die herkadering gebeurde in een enkele vergadering.

Het impliciete expliciet maken

De meeste bedrijven hebben een innovatieportfolio. Ze noemen het alleen niet zo. Projecten zitten bij verschillende afdelingen, gefinancierd vanuit verschillende budgetten, gemanaged door verschillende mensen. Niemand ziet het totaalplaatje.

Three Horizons dwingt een gesprek af over wat er bestaat in alle drie de tijdframes. Wanneer ik een leiderschapsteam vraag “laat me je H3-projecten zien,” en ze realiseren zich dat ze er geen hebben, dan is dat een diagnostisch moment. Wanneer ze zien dat 95% van hun budget in H1 zit en ze al drie jaar praten over “innovatiever worden,” wordt de kloof tussen retoriek en realiteit zichtbaar. Het model is nuttig om die kloof bloot te leggen.

Jaarplanningscontext

Tijdens jaarlijkse strategiecycli biedt Three Horizons een structuur voor gesprekken over portfolioverdeling. Hoeveel investeren we in het onderhouden en optimaliseren van de kern? Hoeveel steken we in het opschalen van onze opkomende kansen? Hoeveel alloceren we aan vroegefase-exploratie?

Het framework beantwoordt die vragen niet, maar het creeert de categorieën die de vragen mogelijk maken. Dat is iets waard.

Boek een strategiegesprek over je innovatieportfolio
Boek je Strategy Call

Wat het Three Horizons framework fout doet

Hier wijkt mijn praktijkervaring af van het leerboek. Dit zijn geen theoretische bezwaren. Het zijn patronen die ik herhaaldelijk zie bij industriele en B2B-bedrijven.

De mythe van sequentiële progressie

Het Three Horizons model impliceert een nette progressie: H3-ideeën rijpen geleidelijk naar H2, en H2 rijpt naar H1. Als een lopende band. De ene fase vloeit over in de volgende.

De werkelijkheid werkt niet zo. Sommige H3-ideeën slaan H2 volledig over en disrupten H1 direct. Denk aan wat digitale fotografie deed met film. Het rijpte niet geleidelijk door een “opkomende” fase bij Kodak. Het verving het kernbedrijf sneller dan wie dan ook verwachtte.

In manufacturing zie ik ook het tegenovergestelde patroon: H3-projecten die een decennium in H3 blijven omdat de technologie werkt in het lab maar niet op schaal geproduceerd kan worden. Er is geen gladde S-curve wanneer je €2M aan tooling nodig hebt om van prototype naar productie te gaan.

De timing-illusie

Three Horizons suggereert dat je kunt plannen wanneer innovaties rijp worden. H2 over 2-3 jaar. H3 over 5-10 jaar. Dat impliceert een niveau van voorspelbaarheid dat simpelweg niet bestaat voor alles voorbij incrementele innovatie.

Bij een fabrikant van landbouwmachines plaatste het leiderschapsteam een autonoom oogstproject in H3 met een “5-7 jaar” tijdlijn. Drie jaar later lanceerde een concurrent een werkend product. Hun H3 was opeens iemand anders’ H1. Het framework had hen een vals gevoel gegeven dat ze tijd hadden.

Dit is het gevaar van het three horizons of growth model: het kan leiderschap comfortabel maken met een tijdlijn die de markt niet respecteert.

De ontbrekende evidence-dimensie

Three Horizons organiseert projecten op tijd. Het vertelt je niets over evidence-kwaliteit. Een H2-project kan goed gevalideerd zijn met echte klantdata en een werkend prototype. Of het kan het lievelingsproject van een directeur zijn met niets anders dan een businesscase gebouwd op aannames. Three Horizons behandelt beide hetzelfde.

Dit is een serieus probleem voor portfoliogovernance. Wanneer je in een portfolioreview zit en moet beslissen welke projecten doorfinanciering krijgen en welke gestopt worden, is “het is een H2-project” niet genoeg informatie. Je moet weten wat er getest is, welke evidence er bestaat, en wat de resterende risico’s zijn.

Manufacturing-realiteit breekt de S-curves

Het nette S-curve visueel veronderstelt dat projecten klein kunnen beginnen, geleidelijk groeien, en soepel opschalen. Dat werkt voor software. Het werkt niet voor industrieën waar:

  • Ontwikkelcycli 3-5 jaar duren voordat je een product hebt om te verkopen
  • Toolinginvesteringen van €500K-€2M nodig zijn voordat je op productieschaal kunt testen
  • Regelgevende goedkeuringen er 6-12 maanden bij optellen nadat de ontwikkeling klaar is
  • Klantenkwalificatiecycli nog eens 6-12 maanden vergen na regelgevende goedkeuring

Bij maakbedrijven is er geen gladde curve. Er zijn grote kapitaalinvesteringen gevolgd door lange perioden zonder zichtbare voortgang, gevolgd door een stapverandering wanneer het product eindelijk de markt bereikt. Het Three Horizons model houdt geen rekening met deze realiteit, en het kan valse verwachtingen scheppen over hoe innovatietijdlijnen werkelijk functioneren in kapitaalintensieve industrieën.

Geen mechanisme voor stopbeslissingen

Three Horizons vertelt je in welke tijdshorizon een project leeft. Het vertelt je niet wanneer je moet stoppen met investeren. Er zijn geen ingebouwde criteria voor wanneer een H3-project gestopt moet worden, wanneer een H2-project niet snel genoeg tractie krijgt, of wanneer een H1-optimalisatie afnemende meeropbrengsten heeft.

Dit gat is belangrijk. Een van de meest voorkomende portfoliofouten die ik zie, is het in leven houden van middelmatige projecten omdat ze “onze H2-pijplijn” zijn. Het framework geeft ze een categorie om zich in te verschuilen. Zonder evidence-based stopcriteria kan Three Horizons juist projecten beschermen die allang gestopt hadden moeten worden.

Wanneer het Three Horizons framework te gebruiken

Niet elk instrument hoeft alles te doen. Three Horizons heeft duidelijke sweet spots:

Gebruik Three Horizons voorOmdat
BoardpresentatiesBesturen begrijpen tijdsgebonden categorieën
Jaarlijkse strategische planningCreeert natuurlijke bakken voor allocatiediscussies
Executive educationSimpel genoeg om in 10 minuten uit te leggen
Eerste portfoliogesprekMaakt innovatie-uitgaven voor het eerst zichtbaar
Communicatie naar niet-innovatie stakeholdersGeen jargon, geen training nodig

Het patroon: Three Horizons werkt het best als communicatietool, niet als governancetool. Gebruik het wanneer je een verhaal moet vertellen over je innovatiepijplijn. Gebruik het niet wanneer je investeringsbeslissingen moet nemen.

Wanneer iets anders te gebruiken

Voor deze vraagGebruik dit in plaats daarvan
Welke projecten moeten we voortzetten of stoppen?Business Portfolio Map (evidence + rendement assen)
Hoeveel moeten we alloceren aan kern vs. transformationeel?Innovation Ambition Matrix
Is ons portfolio in balans tussen explore en exploit?Business Portfolio Map
Hoe besturen we ons innovatieportfolio?Evidence-based reviewproces met stopcriteria
Welke business units verdienen meer investering?BCG Matrix of GE-McKinsey Matrix

Voor een gedetailleerde vergelijking van hoe deze frameworks samenwerken, zie de volledige frameworkvergelijking.

Three Horizons combineren met de Business Portfolio Map

Dit is wat ik in de praktijk werkelijk doe. Ik gooi Three Horizons niet weg. Ik combineer het met de Business Portfolio Map uit The Invincible Company om beide dimensies te dekken die ertoe doen: tijd en evidence.

Three Horizons voor de boardroom. Een of twee keer per jaar, tijdens jaarplanning of boardpresentaties, gebruik ik Three Horizons om het pijplijnverhaal te vertellen. “Dit is ons kernbedrijf, dit is wat we laten groeien, dit is wat we verkennen.” Besturen begrijpen het. Ze kunnen de juiste vragen stellen. Het gesprek blijft productief.

Business Portfolio Map voor de reviewkamer. Maandelijks of per kwartaal, wanneer het innovatieteam en het leiderschap samenkomen om het portfolio te reviewen en daadwerkelijke beslissingen te nemen, gebruik ik de Business Portfolio Map. Die laat zien welke projecten echte evidence achter zich hebben en welke nog draaien op aannames. Het maakt de explore vs. exploit balans zichtbaar. Het geeft je iets concreets om doorgaan-of-stoppen beslissingen op te baseren.

Voor een dieper inzicht in hoe de Business Portfolio Map werkt als zelfstandig instrument, zie de gids voor de Business Portfolio Map.

De combinatie werkt omdat elk framework compenseert wat het andere mist:

DimensieThree HorizonsBusiness Portfolio Map
TijdsperspectiefSterk (H1/H2/H3 tijdlijn)Zwak (geen tijdsas)
Evidence-kwaliteitAfwezigSterk (evidence-as)
StopbeslissingenGeen mechanismeOndersteunt evidence-based beslissingen
BoardcommunicatieUitstekendVereist uitleg
PortfoliobalansAlleen op tijdOp explore/exploit en evidence

Een praktijkvoorbeeld

Bij een fabrikant van industriele componenten begeleidde ik een portfolioreview waarbij we beide instrumenten gebruikten. Op de Three Horizons-weergave zag het bestuur een gezonde pijplijn: 8 H1-projecten, 4 H2-projecten, 3 H3-projecten. Het zag er gebalanceerd uit.

Vervolgens brachten we dezelfde 15 projecten in kaart op de Business Portfolio Map. Twee van de vier H2-projecten hadden al meer dan twee jaar de status “opkomend” zonder enige klantvalidatie. Ze hadden een tijdslabel maar geen evidence. Op de Portfolio Map zaten ze in het hoog-rendement, laag-evidence kwadrant, wat hoog risico betekende zonder iets om het te onderbouwen.

Die tweede weergave triggerde een gesprek dat de Three Horizons-weergave nooit zou hebben opgeleverd. Het team besloot 90-dagen validatiemijlpalen te stellen voor beide projecten. Als ze binnen dat venster geen klantevidence konden produceren, zouden de projecten worden gestopt. Een overleefde het. Een niet.

Dat is het verschil tussen een communicatieframework en een governanceframework. Je hebt beide nodig.

Voor richtlijnen over het nemen van stopbeslissingen zonder je innovatiecultuur te beschadigen, zie hoe je innovatieprojecten stopt op de juiste manier.

Beginnen met je portfolio

Als je momenteel Three Horizons gebruikt als je primaire portfolio-instrument, dan is dit hoe je beoordeelt of dat genoeg is:

  1. Kun je er stopbeslissingen mee nemen? Als je portfolioreviews eindigen met “laten we met alles doorgaan,” dan geeft Three Horizons je niet de governance die je nodig hebt.

  2. Ken je de evidence-status van elk project? Als je geen onderscheid kunt maken tussen een H2-project met sterke klantvalidatie en een H2-project gebaseerd op aannames, dan heb je een zichtbaarheidsprobleem.

  3. Komt je tijdlijn overeen met de werkelijkheid? Als je twee jaar geleden een project in H3 plaatste en het vandaag nog steeds in H3 zit met dezelfde aannames, dan helpt het tijdsgebonden label je niet.

  4. Zijn je manufacturing-ontwikkelcycli erin weerspiegeld? Als je product 3 jaar nodig heeft om te ontwikkelen en je gebruikt generieke H1/H2/H3 tijdvensters, dan misleidt het framework je bestuur over wanneer rendementen verschijnen.

Als je op twee of meer van deze vragen “nee” antwoordt, is het tijd om een governancelaag toe te voegen bovenop Three Horizons. Het model zelf is prima voor waarvoor het ontworpen is. Het probleem is het gebruiken voor dingen waarvoor het nooit ontworpen is.

Inzicht in je innovatie readiness helpt bepalen welke portfoliotools passen bij het volwassenheidsniveau van je organisatie. En welk portfolioframework je ook kiest, de individuele initiatieven hebben nog steeds een solide businessmodel nodig en een systematische aanpak voor het testen van aannames voordat ze verdere investering verdienen.

Boek een strategiegesprek over je innovatieportfolio

In 30 minuten bekijk ik hoe je frameworks als Three Horizons gebruikt en identificeer ik waar je portfolioplanning scherpere tools nodig heeft. Of boek een leiderschapsworkshop waarin je team een portfoliobeeld bouwt dat werkt voor jouw sector.

Boek je Strategy Call

Frequently asked questions

Wat is het Three Horizons framework?

Het Three Horizons framework is een strategisch planningsmodel dat innovatie organiseert in drie tijdsgebonden categorieën. Horizon 1 omvat het kernbedrijf dat vandaag omzet genereert. Horizon 2 omvat opkomende kansen die naar verwachting over 2-3 jaar omzet genereren. Horizon 3 omvat toekomstige experimenten die mogelijk over 5+ jaar omzet opleveren. Het werd geïntroduceerd door Baghai, Coley en White in The Alchemy of Growth (1999) en populair gemaakt door McKinsey als manier om na te denken over groeipijplijnen.

Wat zijn de belangrijkste kritieken op het Three Horizons model?

De belangrijkste kritieken zijn: het impliceert een sequentiële progressie van H3 naar H2 naar H1 die niet overeenkomt met de werkelijkheid, het veronderstelt nette S-curves die niet opgaan voor industrieën met lange ontwikkelcycli, het biedt geen mechanisme voor stopbeslissingen of evidence-based governance, en het kan een vals gevoel van controle creëren door te suggereren dat de timing van innovatie voorspelbaar is. In kapitaalintensieve industrieën als manufacturing breken de aannames over geleidelijke opschaling volledig af.

Wanneer gebruik je Three Horizons en wanneer de Business Portfolio Map?

Gebruik Three Horizons voor boardcommunicatie en jaarplanning wanneer je je innovatiepijplijn moet uitleggen in tijdsgebonden taal die besturen begrijpen. Gebruik de Business Portfolio Map voor portfoliogovernance en doorgaan-of-stoppen beslissingen, omdat die evidence-kwaliteit en risico-dimensies bevat die Three Horizons mist. Veel bedrijven gebruiken beide: Three Horizons voor het boardroomverhaal, Business Portfolio Map voor de kwartaalreview.

Werkt het Three Horizons framework voor maakbedrijven?

Gedeeltelijk. Three Horizons werkt voor het communiceren van je innovatiepijplijn naar leiderschapsteams in de maakindustrie. Maar de nette S-curve progressie breekt af wanneer ontwikkelcycli 3-5 jaar duren, toolinginvesteringen honderdduizenden euro’s kosten, en regelgevende goedkeuringen er 6-12 maanden bij optellen. In manufacturing rijpt een H3-experiment niet geleidelijk via H2 naar H1. Het vereist grote vooraf kapitaalinvesteringen met lange perioden zonder omzet. Gebruik Three Horizons voor het planningsgesprek, maar voeg portfoliogovernance tools toe voor daadwerkelijke investeringsbeslissingen.

Hoe combineer je Three Horizons met andere portfolioframeworks?

De meest effectieve combinatie is Three Horizons voor tijdsgebonden planning en boardcommunicatie, plus de Business Portfolio Map voor evidence-based portfolioreviews. Three Horizons beantwoordt wanneer elk initiatief moet rijpen. De Business Portfolio Map beantwoordt hoe gevalideerd elk initiatief daadwerkelijk is en welk risico het draagt. Voor beslissingen over resource-allocatie voeg je de Innovation Ambition Matrix toe om te bepalen hoeveel budget naar kern-, aangrenzende en transformationele innovatie gaat.